De Kustmarathon bestaat nu acht jaar en al bij de aankondiging van de eerste editie wist ik, dat ik deze marathon ooit gelopen moest hebben. Ik heb immers de helft van mijn roots op Walcheren liggen. Tevens brengt deze marathon je lekker dicht bij de daar waar het allemaal om gaat: aarde, water, vuur en lucht!
Op zaterdag 2 oktober is het zover. Vroeg in de ochtend vertrekken we naar het pittoreske Burgh. Hier gaan we aan de thee, en wachten totdat de klok tenslotte twaalf uur slaat. Nog 15 seconden te gaan en dan slaat de klok opnieuw. Het lopersveld komt langzaam in beweging. We passeren al snel het snoepwinkeltje met waar uit grootmoeders tijd. Menig kind is hier zoet gehouden. Voor ons wacht na het centrum het bos en strand van Westenschouwen. Op de smalle paadjes is het dringen geblazen. Als schapen in een kudde volgen we elkaar.
In het langzaamste startvak is het goed toeven. De lopers in dit vak zijn meestal goed geluimd en enkel gespitst op het avontuur en het halen van de finish. Bovendien krijgt men hier de meeste loopuren voor zijn geld. Hoewel, een atleet, die een aanzienlijk hoger tempo aan de dag legt, vraagt midden in de duinen verbaast, hoe hard wij van plan zijn te lopen…….die heeft duidelijk de start gemist en is niet van plan er de tijd voor te nemen! In de verte doemt de Oosterscheldekering op. Haar pijlers maken ons lopers tot nietige passanten. In de Oosterschelde, die ene pijler, die nooit in gebruik genomen is voor zijn oorspronkelijk doel. Nu bewijst hij zijn dienst als klimmuur. Bovenop de immense dam een weidse blik over de Noordzee en links van ons de Oosterschelde. Veel vogels op het water en in de lucht. Dan bereiken we Noord-Beveland en maken een bocht bij de Banjaard, alwaar menigeen ooit eens vakantie hield. In het duin doemt mijn trouwe supporter op. De koffie in de strandtent heeft hem goed gesmaakt. We ruilen van bidon, wisselen een blik uit, die als hij praten kon, zou zeggen: mooi hè? En weg ben ik alweer………..het schelpenpad volgend richting Veerse Dam.
Hier staat al snel een verzorgingspost. De vrijwilligers zijn goed gemutst en helpen je aan water, sportdrank en banaan. Ook een frisse spons wordt door menigeen dankbaar aangepakt. Dan dalen we af naar Vrouwenpolder (volgens vader ‘Lieve Vrouwenpolder’?!). Het strand lonkt. We dalen het duin af en ploegen door het losse zand naar de kustlijn. De ondergrond is redelijk hard en soms vol richels van de kabbelende zee. Kwallen kijken ons vanaf de kustlijn aan. Als die eens konden zeggen, wat ze dachten……In de verte de eerste palissaden (paalhoofden). We volgen het spoor van onze voorgangers, dat meldt waar we door de palen heen kunnen. Even sta je bijna stil, een blik naar rechts naar de brekende zee. Veel meeuwen op de golven. Dan volgt de tweede rij en kunnen we weer verder in cadans. We hebben er dan al een halve marathon opzitten en naderen Oostkapelle. Hier staat mijn supporter opnieuw. Lekker kijken hoe de lopers het rulle zand doorklieven. Menig loper wandelt, anderen lopen nog hard. Bij strandtent ‘de piraat’ maakt een bandje muziek. Ze blaast ons omhoog, het duin op. Hier meldt een spiegel dat we er nog goed uitzien. Ik herken mezelf er gelukkig niet in terug. Geen idee over wie ze het dus hebben. Gelijk even zoeken naar mijn oom en tante uit het dorp. Dan draaien we rechtsaf de duinen van de “Mantelinge” in. Door dit bos- en duingebied leidt het pad ons heuvel op, heuvel af naar Domburg. Een spandoek met ‘84,4 km’, doet me de vraag ontlokken, waar dit nu over gaat. ” Twee mensen die lopen, lopen samen 84,4 km”, zo luidt het eenvoudige antwoord. Ik glimlach, mijn denken is overduidelijk niet meer zo helder meer als het geweest is. Dan doemt de voormalige watertoren op aan de horizon. Domburg is in zicht.
We naderen kilometer 30. Hier vind ik mijn oom en tante uit Middelburg langs de kant. Het is bijzonder hen hier te treffen. We schudden elkaar even de hand en verder gaat het weer. De Hoge Hill en dan langs de fraaie badplaats richting het uiterste westen van Walcheren. De torenspits van Westkapelle markeert haar, net als de rode daken van de huizen. We lopen op hoogte langs de Zeedijk. Een dijk, die per fiets of lopend moeilijk te slechten is als het stormt, maar die onderwijl het land tegen de golven behoed. Mijn benen kunnen klimmetjes inmiddels beter verteren dan afdalingen. Ik geniet dan ook van het golvend pad boven de dijk. Dan naderen we een ander pad, met trappen en andersoortige obstakels. Ze brengt ons langs de vuurtoren.
Op zee een enkel schip. Verder niets te zien aan de horizon. Boven ons is het wolkendek inmiddels grijs gekleurd en vol met regenwolken. De eerste druppels vallen. Het is niet koud en dus houd ik gestaag het tempo erin. Zoutelande lijkt niet ver mee. In de laatste kilometers vol klimmen, dalen, trappen en mul strandzand, zal ik ervaren waarom op het wapen van de Zeeuwen staat “Luctor et Emergo” (“Ik worstel en kom boven”). Voor de laatste keer klim ik van het strand het duin op. De finish komt in zicht en dan is er een uitglijder op een duintrap als ik bijna het dorp Zoutelande betreedt. Even rustig aan en dan verder richting het slot. Daar wacht de Zeeuwse marathonvlag, met inderdaad “Luctor et Emergo”. Na 4 uur 26 minuten en 1 seconden ben ik binnen. Een onvergetelijke marathon rijker.