Op zondag 5 juni trek ik met twee mannelijke atleten van onze triatlonclub de grens over. Naar Hannover om precies te zijn, zo’n 350 km noordoostwaarts Duitsland in. Hannover, een verbastering van ‘hohes Ufer’. Als je deze twee woorden lang achter elkaar uitspreekt en dan tussendoor een keer niest, dan krijg je vanzelf Hannover. Zo ging dat vroeger bij het bedenken van plaatsnamen. Een stad gebouwd aan de hoge oever van de rivier de Leine.
Zoek je plekje! Het parc fermé in Hannover kent zijn eigen regels. De fietsen staan in houten standaards en daarbij mogen verder alleen de helm en het startnummer te vinden zijn. De referee zal alle andere attributen een voetbalveld verderop op een hoop gooien, zodat eventuele eigenwijzerikken daar hun schoenen of anderszins kunnen uitzoeken. Waar het bij veel triatlons ook zo is, dat fiets en kleding gescheiden zijn, heb je meestal nog een box of tas met nummer. Hier heb je een stuk veld, waar je zelf een hoekje mag uitzoeken langs een lijn en op je handdoek je spullen kunt uitstallen. Eén nadeel: je hebt na een hardloopstuk vanuit het water geen echte aanknopingspunten om je spullen terug te vinden. De atleten die hier eerder waren, hebben daar zo hun oplossingen voor gezocht: een rode box, een vlaggetje, een felgekleurde tas etc. Wij zoeken een plekje bij de witte kalklijn van het voetbalveld. Dat is tenminste iets. Na een slecht te verstane briefing, begrijpen we in elk geval dat het wetsuit is toegestaan en dat we ons geleidelijk naar de startboot mogen begeven. De boot, waarop de atleten van elke startgroep zich mogen verzamelen, had ik gisteren al gezien. Ik heb sokken aangetrokken! Het is namelijk al bloedje heet in Hannover en het stalen dek, nog iets heter.
We wurmen ons in het plakkerige pak en zijn blij als we dan eindelijk het Lindener Stichkanal in kunnen springen. Het water is gewoonweg warm. Tijd dus om na niet al te lang treuzelen aan de slag te gaan. De startlijn wijkt, de kano ’s varen en wij zijn op weg. Een tweetal bruggen gaan we onderdoor. In een kleine haven torenen de dokwerkers hoog boven ons uit. Het heldere water verraadt weinig vervuiling. Waterplanten tieren welig en vissen zwemmen overal om ons heen. Op de terugweg is het een gedrang van jewelste. Een groepje is iets te ver naar links afgedwaald en kwam in het gebladerte terecht. Op de weg terug kruist ze onze wegen. Even is er sprake van chaos, maar dan pak ik mijn ritme weer op en de finish komt in zicht. Zo snel, dat ik zeker weet dat dit geen 1,9 km was. Achteraf spreekt men van 1750m en dan heb ik voor mijn doen wel snel gezwommen, maar ook niet meer dan dat. Ik klim de trap op, herinner mij het opstapje van de verkenning, kan nog net mijn buurman aan een arm grijpen als hij wel bijna onderuit gaat en ren in gestaag tempo naar het honderden meters verderop gelegen voetbalveld. Hier geldt dat wat in Duitsland overal geldt: wetsuit hooguit afstropen tot de heupen en pas uitdoen bij je spullen op het veld. Helaas, het is heet en dus……….vacuum! Gelukkig heb ik de nodige voorzorgsmaatregelen genomen en de babyolie doet wonderen. Hup dat pak uit en op naar de fiets.
Even is er nog wat publiek om ons aan te moedigen en dan is er de eenzaamheid. Ik zoek een ritme dat ik zo ‘n 100 kilometer gestaag denk te kunnen volhouden. Lekker soepel en met weinig moeite rijd ik een uur lang 31 km/uur. Toch merk ik al snel dat de hitte me aanvliegt. Achteraf blijkt het vandaag 33 graden Celcius te zijn. 12.00 uur is een ideale starttijd! Ik schroef het tempo omlaag. Mijn hartfrequentie neemt normalere waarden aan en ik besluit om vandaag geen grote experimenten aan te gaan. De kilometers duren nu wat langer en dus kan ik genieten van fraaie uitzichten. Het parkoers dat enigszins heuvelachtig is, leidt door velden en dorpen. Een enkele serieuze beklimming breekt de monotomie van de malende pedaaltred. Een lange klim leidt tot een molen zonder wieken. Hier ligt een atleet met zijn benen omhoog in een bushokje. Een man spuit een bidon met water (althans dat hoop ik voor hem, isostar?) over zijn hoofd. De hitte eist zijn tol. Voor de derde keer doe ik Hannover aan en mag wisselen. Ik ben er niet rouwig om.
Even de loopschoenen zoeken op het veld en beginnen aan dat wat jarenlang mijn slechtste onderdeel was. Vandaag de dag valt dat wel mee en met steady kilometers van 5’30” leg ik het eerste deel relaxt af. Toch moet ik bij alle posten koelen. Op de één of andere manier voel ik mij vandaag wat heetgebakerd. Een deel van de route loopt over een dijk door een park. Een fraai gezicht over het water links van ons. Van boven heeft de zon vrij spel. Hier passeer ik de nodige mannen die bezig zijn aan de Ironman. Een oneerlijk vergelijk, en dus reden om hen wat moed in te praten. Een tweetal uit Denemarken haakt aan. Vier kilometer lang heb ik ze in mijn kielzog. Als ik net aan ronde twee begonnen ben, doemt één van mijn trainingsmaten op. Een handje klap en verder maar weer. Voor hem wacht de finish. Ik mag nog een ronde. Als zo vaak krijg ik meer uren voor mijn geld. Het tempo blijft hetzelfde, het wandelen voor de verkoeling bij de posten ook, maar hoewel het vandaag geen snelle tijd wordt, ben ik tevreden. Doelstelling één van dit seizoen is binnen: finishen in de halve Ironman van Hannover. Mijn big target van dit seizoen ligt in Regensburg, waar ik de Ironman wil volbrengen. Hier te diep gaan, betekent fysieke schade, dan wel trainingsachterstand voor dat project.